Procenten · begrip

Groeifactor: groei in één keer maal

Met een groeifactor reken je een procentuele toename of afname in één keer uit. +20% wordt ×1,2, −20% wordt ×0,8. Handig bij prijzen, sparen en alles wat over meerdere jaren verandert.

+20% = ×1,2 −20% = ×0,8 Meerdere jaren
Voorbeeld
MeesterIY×
Groeifactor · prijs
Een prijs van €50 stijgt met 20%. Reken het uit met de groeifactor.
Gemiddeld

Uitleg

Wat is een groeifactor?

Een groeifactor is het getal waarmee je vermenigvuldigt om een procentuele verandering uit te rekenen. Je begint altijd bij 1 (dat is 100%, het hele bedrag) en telt de verandering erbij of haalt die eraf. +20% → 1 + 0,20 = 1,2. −20% → 1 − 0,20 = 0,8.

Het mooie: in plaats van het percentage apart uit te rekenen en op te tellen, doe je het in één keer maal. Het hangt direct samen met procenten — alleen sneller, en ideaal als iets meerdere keren achter elkaar verandert.

Aanpak

Zo gebruik je de groeifactor

Van percentage naar factor, en dan vermenigvuldigen. We nemen €50 die met 20% stijgt.

Stap 1

Maak de factor

Begin bij 1. Tel de groei erbij (+) of haal de daling eraf (−).

+20% → 1 + 0,20
= 1,2

Stap 2

Vermenigvuldig

Vermenigvuldig het startbedrag met de groeifactor.

50 × 1,2
= €60

Meerdere jaren

Factor tot de macht

Verandert het elk jaar gelijk? Vermenigvuldig de factor zo vaak als er jaren zijn.

3 jaar +20%
50 × 1,2 × 1,2 × 1,2 = €86,40

Voorbeelden

Probeer ze zelf

Reken eerst zelf uit. Klik daarna op “Bekijk antwoord” voor de oplossing met uitleg.

1
Stijging

Welke groeifactor hoort bij een stijging van 35%?

Bekijk antwoord
Antwoord1,35. 1 + 0,35 = 1,35.
2
Daling

Een telefoon van €400 wordt 25% goedkoper. Wat kost hij?

Bekijk antwoord
Antwoord€300. Factor 1 − 0,25 = 0,75; 400 × 0,75 = 300.
3
Twee jaar

€1.000 staat 2 jaar op een spaarrekening met 3% rente per jaar. Hoeveel is het dan?

Bekijk antwoord
Antwoord€1.060,90. 1000 × 1,03 × 1,03 = 1000 × 1,0609 = 1060,90.
4
Welke factor?

Iets gaat van 80 naar 100. Wat is de groeifactor?

Bekijk antwoord
Antwoord1,25. Nieuw ÷ oud = 100 ÷ 80 = 1,25 (een stijging van 25%).

Veelgemaakte fout

Denken dat +10% en daarna −10% je terugbrengt

Eerst +10% (×1,1) en dan −10% (×0,9) is niet 1, maar 1,1 × 0,9 = 0,99. Je zit dus 1% lager dan de start, want de tweede keer reken je over een ander bedrag.

+10% dan −10% = terug bij start   1,1 × 0,9 = 0,99 → 1% lager

Gratis weggever

Download het gratis oefenblad groeifactor

Groei en daling, sparen met rente en groei over meerdere jaren — met antwoorden. Direct als pdf.

GRATIS PDF

Oefenblad

Groeifactor oefenen

  • Factor maken
  • Groei & daling
  • Meerdere jaren
  • Met antwoorden

Veelgestelde vragen

Goed om te weten

Hoe maak ik van een percentage een groeifactor?
Begin bij 1. Tel de groei erbij of haal de daling eraf. +20% wordt 1,2 en −20% wordt 0,8. Daarna vermenigvuldig je het startgetal met die factor.
Hoe reken ik groei over meerdere jaren?
Vermenigvuldig de groeifactor net zo vaak als er jaren zijn. Bij 3% rente over 2 jaar: × 1,03 × 1,03. Elk jaar reken je over het nieuwe bedrag.
Hoe vind ik de groeifactor uit twee getallen?
Deel het nieuwe getal door het oude: nieuw ÷ oud. Van 80 naar 100 is 100 ÷ 80 = 1,25, oftewel een stijging van 25%.
Add to cart