Basisvaardigheid · begrip
Machten: herhaald vermenigvuldigen
Een macht is een korte manier om hetzelfde getal vaak met zichzelf te vermenigvuldigen. 2³ betekent 2 × 2 × 2 = 8. Je komt machten tegen bij oppervlakte (kwadraten), grote getallen en de rekenmachine.
Uitleg
Wat is een macht?
Een macht schrijft een herhaalde vermenigvuldiging kort op. Bij 2³ is 2 het grondtal (het getal dat je vermenigvuldigt) en 3 de exponent (hoe vaak). 2³ = 2 × 2 × 2 = 8.
Een macht met exponent 2 heet een kwadraat: 5² = 25 (“vijf in het kwadraat”). Kwadraten gebruik je bij oppervlakte. Machten van 10 zijn extra handig: 10² = 100, 10³ = 1000 — de exponent telt het aantal nullen.
Aanpak
3 dingen die je moet kunnen
Van kwadraat tot de volgorde van bewerkingen.
Stap 1
Uitschrijven
Schrijf de macht uit als vermenigvuldiging en reken stap voor stap.
= 4 × 2
= 8
Stap 2
Kwadraten kennen
Leer de kwadraten tot 15 uit je hoofd — die kom je het vaakst tegen.
7² = 49
10² = 100
Stap 3
Volgorde van bewerkingen
Machten gaan vóór × en : , en die weer vóór + en −. Werk een macht dus eerst uit.
= 3 + 4 × 2
= 3 + 8 = 11
Voorbeelden
Probeer ze zelf
Reken eerst zelf uit. Klik daarna op “Bekijk antwoord” voor de oplossing met korte uitleg.
Reken uit: 6².
Bekijk antwoord+
Hoeveel is 3³?
Bekijk antwoord+
Hoeveel is 10⁴?
Bekijk antwoord+
Reken uit: 5² − 4 × 3.
Bekijk antwoord+
Veelgemaakte fout
Het grondtal met de exponent vermenigvuldigen
Bij 2³ denken veel mensen “2 × 3 = 6”. Maar de exponent zegt hoe vaak je het grondtal met zichzelf vermenigvuldigt, niet waarmee je het vermenigvuldigt.
2³ = 2 × 3 = 6 2³ = 2 × 2 × 2 = 8
Gratis weggever
Download het gratis oefenblad machten
Kwadraten, machten van 10 en de volgorde van bewerkingen — met antwoorden. Direct als pdf.
Oefenblad
Machten oefenen
- Kwadraten tot 15
- Machten van 10
- Volgorde van bewerkingen
- Met antwoorden
Veelgestelde vragen