Rekentaal · van groep 3 t/m mbo

Rekenen is niet moeilijk — de woorden zijn moeilijk

Wat betekent verhouding? Wanneer gebruik je gemiddelde? Hier vind je alle rekentaal in gewone taal, geordend volgens de nieuwe rekeneisen, met voorbeelden uit het dagelijks leven, het beroep en het mbo-rekenen (niveau 2, 3 en 4).

5 functionele domeinen A-Z begrippenindex Met mbo-context (niveau 2-4)

De vijf functionele rekendomeinen

Kies je domein

Dit zijn precies de vijf functionele domeinen van de nieuwe rekeneisen voor het mbo (niveau 2, 3 en 4). Getallen vormt geen apart domein meer — die basisvaardigheden gebruik je in elk domein.

Rekentaal in het mbo

Rekentaal voor het mbo-rekenen (niveau 2, 3 en 4)

Mbo'ers struikelen zelden over hoe je optelt — ze struikelen over de verhaalsom, de vaktaal en het interpreteren van de vraag. Op de mbo-spil koppelen we elk begrip aan beroepscontext, signaalwoorden en de nieuwe rekeneisen per niveau.

MBO niveau 2

Rekenen in het dagelijks leven, geld en werk. Basisberoepsopleiding — de fundamenten op orde.

MBO niveau 3

Meer toepassing en verhaalsommen in beroepscontext. Vakopleiding — rekenen in je vak.

MBO niveau 4

Complexere verhoudingen, procenten en grafieken, ook richting hbo. Middenkader- en specialistenopleiding.

Zo gebruik je deze pagina

In vier stappen je eigen rekentaal-woordenboek

Kies een begrip

Via een domein of de A-Z index. Zoek op het woord waar je over struikelt.

Lees de uitleg

In gewone taal — kort en concreet. Geen ingewikkelde definities.

Bekijk de voorbeelden

Van eenvoudig tot uitdagender, met de oplossing en korte uitleg.

Pas de tip toe

Elke pagina geeft een strategie én laat de veelgemaakte fout zien.

Gratis weggever

Download de rekentaal-begrippenlijst (pdf)

Alle rekenbegrippen overzichtelijk op één spiekkaart — met uitleg in gewone taal en een voorbeeld per begrip. Handig voor thuis, in de klas en bij het examen.

GRATIS PDF

Spiekkaart

Rekentaal van A tot Z

  • Alle begrippen op een rij
  • Uitleg in gewone taal
  • 1 voorbeeld per begrip
  • Direct als pdf

Veelgestelde vragen

Goed om te weten

Wat is rekentaal?
Rekentaal is de taal van het rekenen: woorden als verhouding, gemiddelde, oppervlakte en procent. Vaak is een som niet moeilijk, maar snap je de vraag niet omdat de woorden onduidelijk zijn. Deze pagina legt elk begrip in gewone taal uit.
Volgens welke domeinen is deze pagina ingedeeld?
Volgens de vijf functionele domeinen van de nieuwe rekeneisen voor het mbo: grootheden & eenheden, oriëntatie in de 2D- en 3D-wereld, verhoudingen, procenten en het omgaan met kwantitatieve informatie. Getallen is geen apart domein meer, maar een ondersteunende basisvaardigheid die in elk domein terugkomt.
Welke rekentaal heb ik nodig voor het mbo-rekenen?
Voor het mbo-rekenen zijn vooral verhoudingen, procenten, grootheden & eenheden, oriëntatie in 2D/3D en het lezen van tabellen en grafieken belangrijk. Op de mbo-spil koppelen we elk begrip aan beroepscontext en de examenvorm.
Wat is het verschil tussen mbo niveau 2, 3 en 4?
De rekeneisen lopen op met je opleidingsniveau. Niveau 2 richt zich op rekenen in het dagelijks leven en werk; niveau 3 voegt meer toepassing en verhaalsommen toe; niveau 4 vraagt complexere verhoudingen, procenten en grafieken — ook met het oog op doorstroom naar het hbo.
Voor wie is deze pagina bedoeld?
Voor leerlingen die beter willen worden in rekenen, voor mbo-studenten die zich voorbereiden op het rekenexamen, en voor docenten en ouders die rekentaal snel willen uitleggen.
Add to cart