Antwoorden Rekenraadsels – Week 2 t/m 5 (2026)
(uitgebreide uitleg – MBO-niveau)
In deze blog vind je de uitwerkingen van de rekenraadsels die in week 2 t/m 5 op Instagram zijn gedeeld.
Bij elk raadsel lees je niet alleen het antwoord, maar ook hoe je er stap voor stap komt.
🔹 Week 2 – Antwoorden en uitleg
De pannenkoeken-truc
Je bakt 7 pannenkoeken.
-
De eerste duurt 3 minuten
-
Elke volgende duurt 1 minuut minder
-
De baktijd kan niet korter worden dan 1 minuut
Vraag: Hoeveel minuten ben je in totaal bezig?
Antwoord: 10 minuten
Uitleg stap voor stap:
We schrijven eerst alle baktijden op:
-
1e pannenkoek: 3 minuten
-
2e pannenkoek: 2 minuten
-
3e pannenkoek: 1 minuut
-
Vanaf hier blijft het 1 minuut per pannenkoek
Er zijn in totaal 7 pannenkoeken, dus de tijden zijn:
3 + 2 + 1 + 1 + 1 + 1 + 1
Als we dit optellen krijgen we:
3 + 2 = 5
5 + 5 × 1 = 10 → maar let op: het zijn vijf keer 1 minuut, dus:
3 + 2 + 5 = 10 minuten
De fles
Een fles is 3/8 vol.
Na het toevoegen van 250 ml is de fles halfvol (4/8).
Vraag: Hoeveel milliliter past er maximaal in de fles?
Antwoord: 2000 ml
Uitleg stap voor stap:
Het verschil tussen 3/8 en 4/8 is 1/8.
Dat betekent:
-
1/8 deel = 250 ml
Als 1/8 = 250 ml, dan is de hele fles:
8 × 250 ml = 2000 ml
De kluiscode
Er zijn drie cijfers.
Gegeven:
-
De som van de cijfers is 12
-
Het 1e cijfer is 2 meer dan het 2e
-
Het 3e cijfer is 1 meer dan het 2e
Vraag: Wat is de code?
Antwoord: 5 – 3 – 4
Uitleg stap voor stap:
We beginnen bij het 2e cijfer, omdat de andere cijfers daarvan afhangen.
Stel:
-
2e cijfer = 3
Dan geldt:
-
1e cijfer = 3 + 2 = 5
-
3e cijfer = 3 + 1 = 4
Controle:
5 + 3 + 4 = 12 ✔
De omtrek-val
Een rechthoek heeft een omtrek van 30 cm.
De lengte is 2 cm langer dan de breedte.
Vraag: Wat zijn de afmetingen?
Antwoord: Lengte 8,5 cm – breedte 6,5 cm
Uitleg stap voor stap:
Formule omtrek rechthoek:
Omtrek = 2 × (lengte + breedte)
Dus:
30 ÷ 2 = 15
Lengte + breedte = 15
We weten:
lengte = breedte + 2
Dus:
breedte + (breedte + 2) = 15
2 × breedte = 13
breedte = 6,5
Lengte = 6,5 + 2 = 8,5
De batterij
-
Om 10:00 → 100%
-
Om 12:00 → 60%
-
De batterij loopt elke minuut even snel leeg
Vraag: Hoe laat was de batterij 25%?
Antwoord: 13:45
Uitleg stap voor stap:
Van 10:00 tot 12:00 is 2 uur.
In die 2 uur daalt de batterij van 100% naar 60% → 40% verlies.
Per uur:
40% ÷ 2 = 20% per uur
Van 60% naar 25% is:
60 − 25 = 35%
Tijd nodig:
35 ÷ 20 = 1,75 uur
1,75 uur = 1 uur en 45 minuten
12:00 + 1:45 = 13:45
🔹 Week 3 – Antwoorden en uitleg
Emmers en liters
Je hebt:
-
een emmer van 8 liter
-
een emmer van 5 liter
Je wilt precies 6 liter afmeten.
Antwoord (logische stappen):
-
Vul de 8L-emmer
-
Giet in de 5L-emmer → 3L over
-
Leeg de 5L-emmer
-
Giet die 3L erin
-
Vul de 8L-emmer opnieuw
-
Vul de 5L-emmer vol → 6L blijft over
Waarom dit werkt:
Je gebruikt steeds het verschil tussen 8 en 5 liter om gecontroleerd hoeveelheden over te houden.
Vlaggetjes-ratio
Verhouding Marokko : Senegal = 6 : 4
Totaal 50 vlaggetjes
Antwoord:
-
Marokko: 30
-
Senegal: 20
Uitleg:
6 + 4 = 10 delen
50 ÷ 10 = 5 per deel
Marokko: 6 × 5 = 30
Senegal: 4 × 5 = 20
Hond en konijn
Samen wegen ze 14 kg.
De hond weegt 6 kg meer dan het konijn.
Antwoord: Het konijn weegt 4 kg
Uitleg:
Het verschil (6 kg) hoort volledig bij de hond.
Haal dit verschil van het totaal af:
14 − 6 = 8
Dit gewicht wordt eerlijk verdeeld over twee dieren:
8 ÷ 2 = 4 kg
🔹 Week 4 – Antwoorden en uitleg
Handdrukken
5 mensen geven elkaar precies één keer een hand.
Antwoord: 10 handdrukken
Uitleg:
Iedereen schudt 4 handen:
5 × 4 = 20
Maar elke handdruk telt dubbel (voor 2 personen), dus:
20 ÷ 2 = 10
Het gemiddelde
Gemiddelde van 5 getallen is 18.
Vier getallen zijn: 12 – 15 – 21 – 30.
Antwoord: 12
Uitleg:
Gemiddelde × aantal = totaal:
18 × 5 = 90
Som bekende getallen:
12 + 15 + 21 + 30 = 78
Vijfde getal:
90 − 78 = 12
🔹 Week 5 – Antwoorden en uitleg
Dubbel tellende toets
Cijfers: 6 – 7 – 8
Eén telt dubbel. Gemiddelde is 7,3.
Antwoord: De 8 telt dubbel
Uitleg:
Probeer 8 dubbel:
(6 + 7 + 8 + 8) ÷ 4 = 29 ÷ 4 = 7,25 ≈ 7,3 ✔
Broodjes en drankjes
3 broodjes + 2 drankjes = €17,50
5 broodjes + 1 drankje = €22,00
Antwoord: Een drankje kost €3,00
Uitleg:
Los het stelsel op (of trek slim af):
Verschil tussen de situaties = 2 broodjes − 1 drankje = €4,50
Daaruit volgt:
-
drankje = €3,00
-
broodje = €3,50
Tafels in een rij
1 tafel → 4 buitenkanten
2 tafels → 6 buitenkanten
Vraag: Hoeveel bij 8 tafels?
Antwoord: 18 buitenkanten
Uitleg:
De eerste tafel heeft 4 kanten.
Elke extra tafel voegt 2 kanten toe.
7 extra tafels:
4 + 7 × 2 = 18
Taxi
Startprijs + €2,40 per km
5 km = €16,50
12 km = €33,30
Antwoord: Startprijs = €4,50
Uitleg:
5 km kost:
5 × 2,40 = 12,00
16,50 − 12,00 = 4,50
Controle:
12 × 2,40 + 4,50 = 33,30 ✔