Korte uitleg
Een verhouding geeft aan hoe twee of meer aantallen zich tot elkaar verhouden, bijvoorbeeld 12 : 18 = 2 : 3.
Een verhouding kan je op verschillende manieren noteren en interpreteren: als deel-deel-verhouding, deel-geheel-verhouding, breuk, percentage of kommagetal (decimale verhouding).
Soorten verhoudingen
Breuk
Een breuk laat zien welk deel van een geheel wordt genomen.
Voorbeeld: ½ betekent 1 deel van de 2 gelijke delen → verhouding 1 : 2.
Percentage
Een percentage geeft aan hoeveel honderdste een deel van het geheel is.
Voorbeeld: 25 % betekent 25 van de 100 → verhouding 25 : 100 → 1 : 4.
Kommagetal (decimale verhouding)
Een verhouding kan je ook als kommagetal schrijven.
Voorbeeld: 2 : 5 = 0,4 (want 2 ÷ 5 = 0,4).
Deel-deel-verhouding
Vergelijking tussen twee of meer delen van een geheel.
Voorbeeld: jongens : meisjes = 2 : 3.
Deel-geheel-verhouding
Vergelijking tussen één deel en het hele geheel.
Voorbeeld: jongens : totaal = 2 : 5.
Voorbeeldsommen
Voorbeeld 1 (basis): 12 jongens en 18 meisjes
Methode 1 – Direct: 12 : 18 → deel door 6 → 2 : 3.
Methode 2 – Tabel: Zet 12 boven 18 en deel beide door 6.
Voorbeeld 2 (dagelijks gebruik): Recept voor 2 → 6 personen
Methode 1 – Factor: ×3 → 300 ml wordt 900 ml.
Methode 2 – Verhoudingstabel met personen en melk.
Voorbeeld 3 (moeilijker): 24 meisjes, zelfde verhouding als 18 : 12
Methode 1 – Gebruik 3 : 2 → 24 ÷ 3 × 2 = 16 jongens.
Methode 2 – Tabel met factor (4/3).
Tip of strategie
Vereenvoudig altijd door te delen door de grootste gemene deler.
Schrijf een verhouding eventueel als breuk, percentage of kommagetal om de verhouding beter te vergelijken.