Korte uitleg
Kommagetallen (decimalen) zijn getallen met een komma die het hele deel scheidt van het decimale deel.
Voorbeeldsommen
Voorbeeld 1 (basis)
2,5 + 3,7
- Onder elkaar uitrekenen met de komma op dezelfde plek: 2,5 + 3,7 = 6,2.
2,5
3,7 +
—-
0,2
6,0 +
—-
6,2
- Splitsen: 2,5 = 2 + 0,5 en 3,7 = 3 + 0,7. Tel eerst de hele getallen (2 + 3 = 5) en daarna de decimalen (0,5 + 0,7 = 1,2) → 6,2.
Voorbeeld 2 (dagelijks gebruik)
5,6 − 2,9
- Onder elkaar: 5,6 − 2,9 = 2,7. Houd de komma’s onder elkaar en trek de cijfers af.
5,6
2,9 –
—-
0,7
2,0 +
—-
2,7
- Splitsen: 5,6 = 5 + 0,6 en 2,9 = 2 + 0,9. 5 − 2 = 3 en 0,6 − 0,9 = −0,3 → samen 2,7.
Voorbeeld 3 (moeilijker)
0,75 × 8
- Breuk omrekenen: 0,75 = 3/4. 3/4 × 8 = 6.
- Vermenigvuldigen en verplaatsen: 0,75 × 8 = (75 × 8) ÷ 100 = 600 ÷ 100 = 6.
- Halveren en vermenigvuldigen: 0,75 x 8 = 1,50 x 4 = 3 x 2 = 6
Tip of strategie
Zorg dat de decimalen netjes onder elkaar staan bij optellen of aftrekken en verplaats de komma pas op het eind bij vermenigvuldigen of delen.
Visual
Een getallenlijn met markeringen tussen 0 en 1 die 0,25, 0,5, 0,75 en 1 aangeven om decimalen te visualiseren.
Call to action
Oefen met kommagetallen in onze bundels op meesteriy.nl