Getallen – De basis van alle rekenen
Getallen gebruik je elke dag: bij geld, bij tijd, bij meten, bij tellen. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen een cijfer en een getal? En hoe reken je slim met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen?
Op deze pagina vind je alle belangrijke rekenbegrippen binnen het domein Getallen. Elk begrip heeft een eigen uitlegpagina, vol met voorbeelden, meerdere oplossingsmethodes en handige tips.
Cijfers en getallen
Een cijfer is één symbool: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9.
Een getal bestaat uit één of meer cijfers.
Voorbeeld: 7 → een getal dat uit 1 cijfer bestaat.
Voorbeeld: 47 → een getal dat uit 2 cijfers bestaat.
Voorbeeld: 1.234 → een getal dat uit 4 cijfers bestaat.
De waarde van een cijfer hangt af van waar het staat in een getal:
In het getal 472 betekent:
- de 4 → 400 (honderdtallen)
- de 7 → 70 (tientallen)
- de 2 → 2 (eenheden)
In het getal 5.308 betekent:
de 5 → 5.000 (duizendtallen)
de 3 → 300 (honderdtallen)
de 0 → 0 (tientallen)
de 8 → 8 (eenheden)
Dus: dezelfde cijfer 3 kan de waarde 3, 30, 300 of meer hebben, afhankelijk van zijn plaats.
Onthoud: cijfers zijn de bouwstenen, getallen zijn de huizen die je ermee maakt.
Begrippen in dit domein
Klik op een begrip om de uitgebreide uitleg te lezen:
Optellen – Hoe tel je slim op? Meerdere methodes stap voor stap.
Aftrekken – Wat is aftrekken en hoe werk je met lenen?
Vermenigvuldigen – Van tafels tot kolomsommen.
Delen – Eerlijk verdelen en staartdelingen.
Rest – Wat doe je als het niet precies past?
Kommagetallen (decimalen) – Hoe reken je met getallen achter de komma?
Negatieve getallen – Wat gebeurt er onder nul?
Priemgetal – Getallen die alleen deelbaar zijn door 1 en zichzelf.
Macht – Wat betekent 2² of 5³?
Wortel – Wat is √9 en hoe reken je met wortels?
Wil je oefenen met getallen?
Bekijk de Rekenbundels in de shop met extra opdrachten.
Of volg @MeesterIY op Instagram voor het rekenraadsel van de dag.